ok2025menu






Advies uit Groningen: Jonkheer mr. S.W. Trip en de keuze voor een orgelmaker in Grou Friese Orgelkrant 2025
 

In 1850 was het oude orgel van de dorpskerk in Grou in slechte staat. Het dateerde uit 1654 en was vervaardigd door Willem Meinderts uit Berlikum, oftewel “Monsr. Meinardi” zoals N.A. Knock hem noemde in zijn dispositieverzameling uit 1788. Het instrument telde zestien stemmen verdeeld over drie klavieren (Hoofdwerk, Rugwerk en Borstwerk) en was gesitueerd aan de westzijde van de kerk op een galerij die nog steeds aanwezig is. Volgens orgelmaker Radersma (en later ook Velds), die het onderhoud had, was herstel niet mogelijk. Het instrument beantwoordde ook niet meer aan de smaak van de tijd en het feit dat in omliggende dorpen wel reeds nieuwere instrumenten in de kerken stonden zal zeker ook een rol hebben gespeeld.

In 1850 benoemde men de Sneker organist van de Martinikerk Steven Wijnands Velds (1798-1862) tot adviseur om te komen tot de bouw van een nieuw modern instrument. Velds trad vaker op als orgeladviseur (o.a. in Woudsend en de doopsgezinde kerk in Sneek) en was groot voorstander van een vrij pedaal. Hij ging met grote ijver aan het werk, stelde een uitgebreid bestek op en nam contact op met diverse orgelmakers. Er bleven brieven bewaard van o.a. Willem Hardorff, L. van Dam & Zonen, G.W. Lohman, J.C. Scheuer en C.F.A. Naber. Hardorff was overigens niet gevraagd, maar had zich zelf bij de kerkvoogden gemeld. Hij kreeg dan ook geen vergoeding voor de gemaakte kosten. Van de firma Bätz ('de oude heer' Witte) is geen brief bekend, maar deze was wel door Velds benaderd. Uiteindelijk krijgen de orgelmakers L. van Dam en Zonen de opdracht. Op 10 december 1850 wordt een contract getekend voor een nieuw instrument van 23 stemmen, verdeeld over Hoofdwerk (11 registers), Bovenwerk (7 registers) en Pedaal (5 registers). Het instrument werd geplaatst tegen de oostelijke wand van de kerkzaal tegenover het oude orgel, dat tot de gereedkoming van het Van Dam-orgel nog werd gebruikt.

Deze 'klus' was voor adviseur Velds geen aangename. Met de drie kerkvoogden was het lastig samenwerken. Vooral de administrerend kerkvoogd S. van der Velde ging soms zijn eigen gang.
Secretaris was mr. Cornelis Bergsma (1799-1881). Deze was burgemeester van Idaarderadeel en woonachtig op Friesma State in Idaard. Zijn oudste zoon Johannes Casparus Cornelis van Scheltinga Bergsma (1824-1874) studeerde in 1850 rechten aan de Groninger universiteit. Hij nam (waarschijnlijk op verzoek van zijn vader) contact op met Jhr. Mr. Samuël Wolther Trip (1804-1886), rechter aan de arrondissementsrechtbank die in de provincie Groningen faam had als orgeldes kundige. De jongeheer Bergsma vroeg Trip om advies bij de keuze voor een orgelmaker.


De brief die Trip als antwoord stuurde is bewaard gebleven:

Groningen den 30 Augustus 1850

Weledelgeboren Heer!

Eerst voor een paar dagen ben ik van Cleef teruggekeerd, waar ik vier weken heb vertoefd, en vond toen UEgeb. letteren. Ten aanzien van het verzoek daarin aan mij gedaan, kan ik UEgeb. berigten, dat voor zoo verre mij het werk van den orgelmaker Lohman alhier bekend is, ik niet anders dan hetzelve kan aanprijzen; ik geloof evenwel niet, dat zijne finantiele omstandigheden zeer gunstig zijn; evenwel heb ik niet gehoord, dat eenig kerkbestuur daar van ooit eenige moeyelijkheden heeft gehad.
Misschien komt dit berigt te laat, doch bijaldien het orgel te Grouw nog niet uitbesteed, kunnen misschien nog een paar bedenkingen van dienst zijn, en deze ben ik zo vrij UEgeb. mede te deelen. - Ik vertrouw dat ook den orgelmaker Van Dam te Leeuwarden het bestek zal zijn toegezonden, en daarom acht ik het niet ondienstig UEgeb. ten aanzien van dezen te berigten dat ik dezen voor eene soliede orgelmaker houd.
Zoowel wat zijn werk, als de som waarvoor hij de orgels aanneemt betreft. De vader van dezen was een allerverdienstelijk man die 50 of 51 kerkorgels heeft vervaardigd. De Zoon die thans zijn Vader in dat vak is opgevolgd, heeft meerdere blijken van Zijne bekwaamheden gegeven, onder anderen heeft hij het orgel in de Westerkerk te Leeuwarden geheel afgewerkt, en dat is een voortreffelijk werk; Ook te Huisinge [bedoeld is: Huizum] bij Leeuwarden heeft hij een orgel gemaakt, hetwelk geloof ik reeds is afgeleverd. Het werk van den orgelmaker Naber te Deventer is mij ook als allergunstigst bekend, en deze werkt ook goedkoop. De orgelmaker Witte uit Utrecht, opvolger van den Orgelmaker Bätz, die ook bij dezen voornamelijk alles afwerkte is een allervoortreffelijkst orgelmaker, doch neemt hooge prijzen. De Orgelmaker Van Oeckelen alhier werkt ook allervoortreffelijkst, en goedkoop en wordt steeds door mij aanbevolen; doch aan een kerkbestuur in Friesland zoude ik altijd den Heer van Dam aanbevelen, omdat die provincie zelf in het bezit is van eenen kundigen en geschikten man is.
Ik hoop dat UEd. nog deze aanmerkingen van nut kunnen zijn.

Inmiddels, met alle achting, met verzoek van mijn respect aan UEd. Vader te willen betuigen,
enz.
etc.
WelEdelgeb. Heer
UWEdgeb. Dw Dn.

S.W. Trip

Adres: WelEdelgeboren Heer
Den Heer van Scheltinga Bergsma
Student in de regten
thans te Idaard

Zoals we hierboven al hebben gezien werd Van Dam verkozen en het contract werd in december 1850 getekend. De kostprijs bedroeg 6700 gulden. Twee jaar later was het nieuwe instrument gereed en het werd op 9 januari 1853 ingespeeld door adviseur Velds die 's avonds nog een concert gaf t.b.v. de diaconie. Op 14 januari 1853 plaatsten de kerkvoogden een advertentie in de Leeuwarder Courant waarbij ze hun "bijzondere tevredenheid betuigden" ten aanzien van de orgelmakers Van Dam. Overigens was het uiterlijk van het orgel nog niet voltooid. Pas in 1855 leverden en plaatsten de orgelmakers de drie beelden op de kas en een aantal ornamenten onder en op de kas voor een bedrag van 612 gulden. De beelden zijn in Antwerpen vervaardigd door beeldhouwer J.B. Peeters en stellen voor (v.l.n.r.): Godsvrucht, Godsdienst en Waarheid. Peeters leverde ook de bijna identieke beelden voor de Van Dam-orgels te Sint Jacobiparochie, Witmarsum en de Westerkerk van Leeuwarden. Het oude orgel werd op 3 december 1852 te koop aangeboden via notaris Boltjes. Er was een bod van 207 gulden. Dat bod was van Van Dam die het hebben ingenomen.

AD FAHNER


NB: De meeste gegevens komen uit het archief van de Ned. Hervormde Gemeente van Grou in Tresoar.
Toegang: 245-36; Inv. Nr: 114. Voorts dank ik Theo Jellema en Victor Timmer (foto Trip).



kopieer link naar clipboard